| Orgel |
|
In het onlangs verschenen deel 13 van de op groot formaat en zeer royaal uitgegeven boekenserie “Het Historische Orgel in Nederland” dat de jaren 1894 – 1901 behandelt, zijn drie pagina’s gewijd aan ons kerkorgel. Het artikel bevat een fraaie kleurenfoto van de huidige situatie en een kleinere zwart-wit-afbeelding van het instrument in de oude omgeving, de Noorderkerk. Behalve een uitgebreide technische beschrijving van het orgel en vele nadere bijzonderheden wordt er ruime aandacht geschonken aan kunsthistorische aspecten. Uit deze bijdrage, van de hand van onze plaatsgenoot de heer Jan Jongepier, nemen wij enige interessante gegevens over.
“Het front bestaat uit een driedelige middenpartij, geflankeerd door ongedeelde achterwaarts geholde tussen-velden en ronde zijtorens. De middenpartij herinnert aan een klassieke triomfboog. De boog die het middenveld afsluit, rust op de binnenste uiteinden van twee kroonlijsten waaronder weer door pilasters omraamde boven elkaar geplaatste pijpvelden zijn aangebracht. Deze vorm doet denken aan het wijd verbreide Venetiaanse drielichtsvenster, dat vooral populair werd door de architect Andrea Palladio en zijn navolgers. In Nederland werd het in de 19e eeuw veelvuldig toegepast. Opvallend is de rustica-achtige behandeling van de pilasters die de velden omgeven, een vorm die men ook terugvindt in de zijstijlen van de torens. De eigenlijke boog in de middenpartij wordt ook weer geflankeerd door pijp-velden, nu echter zonder rusticapilasters. Opmerkelijk is dat de boog-zwikken licht zijn gehold. Tegen de zijkanten van dit gedeelte bevinden zich S-voluten, terwijl aan de pijp uiteinden draperieën zijn aangebracht. Het middendeel wordt afgesloten door een zwaar hoofdgestel met kroonlijst met modillons, waarboven een balustrade met daarop een lier, geflankeerd door S-voluten. Het geheel doet zeer on-Nederlands aan. De rustica pilasters zouden ontleend kunnen zijn aan de Franse renaissance, met name aan het werk van de architect Philibert de l´Orme, die zuilen met een dergelijke versiering sterk propageerde. Over diens werk was aan het eind van de 19e eeuw al het een en ander gepubliceerd, zodat De Groot1 daar kennis van heeft kunnen nemen. Het is te betreuren dat dit fraaie orgel uit zijn oorspronkelijke architectonische context is gehaald". Had u dat gedacht? Dat er zoveel kunsthistorische bijzonderheden waren te vertellen over dit voor u zo overbekende meubel? Te zijner tijd kunt u desgewenst zelf het zeer fraai uitgevoerde boek inzien in de muziek-afdeling van de Openbare Bibliotheek. F. Hoogland 1 Zoals bekend, is het orgel ontworpen en gebouwd door de firma Bakker & Timmenga, maar is het orgelfront van de hand van de Leeuwarder architect W.C. de Groot, die ook de ontwerper was van de Noorderkerk ("een brede, achter een woonhuis verborgen zaa-kerk, in een sobere neorenaissance-stijl ontworpen") en die vooral bekendheid verwierf met o.a. het woningbouwproject Hollanderwijk en het oude Diaconessenhuis. |

