Gebruikersnaam/wachtwoord verloren?   Registreer  

Hij deelt gaven uit op aarde. En zo kunnen we toch dóór! 



DE BIJBEL OPEN 

Sape Braaksma

Dit is een mooi voorbeeld dat bijbelgedeeltes altijd nog weer een diepere lading hebben dan je denkt. Het is een citaat uit Psalm 68:19. En het gaat over Gods triomftocht van Egypte door de woestijn naar het Beloofde Land en speciaal naar Jeruzalem. 

 Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen’. (Efeziërs 4:8) 

Een triomftocht werd in de Oudheid gehouden als een koning een oorlog had gewonnen. Als hij dan terugkeerde naar zijn hoofdstad en zijn paleis, werd hij in een feestelijke optocht binnengehaald. In die optocht moesten ook geketende krijgsgevangenen meelopen. En er werden lekkernijen uitgedeeld aan de eigen onderdanen. 

Over Gods ‘triomftocht’ Jeruzalem in kun je lezen in 2 Samuël 6. Eerst de mislukte poging die eindigde met de dood van Uzza. Maar daarna gaat het goed. Koning David danst in een simpel linnen priesterhemd voor de ark uit, er worden steeds offers gebracht, er wordt op de ramshoorn geblazen en gejuicht. En… vs. 19: ‘Aan heel het volk, aan alle aanwezige Israëlieten, zowel de mannen als de vrouwen, liet hij brood, gedroogde dadels en rozijnen uitdelen.’ Lekkernijen dus. ‘Gaven schonk hij aan de mensen’.

En nu zegt Paulus in Efeziërs 4:8: en eigenlijk was dat toen al een plaatje van Hemelvaart. Jeruzalem ligt hoog (754 meter boven zeeniveau). Vandaar dat er in de Psalm staat dat hij ‘opsteeg naar omhoog’. Maar Jezus steeg natuurlijk nog veel hoger op: naar de hemel! 

Over ‘krijgsgevangenen’ hoor je Paulus niet. Daar hoor je ook niet over in 2 Samuël 6 trouwens. Maar eerder, tijdens de tocht door de woestijn, zijn de vijanden wel steeds vernietigend verslagen natuurlijk. En zo betekent Jezus’ Hemelvaart ook: de Vijand is verslagen, Jezus kan terug naar zijn paleis! 

Over ‘gaven’ hoor je Paulus wel. In 2 Samuël 6 zijn dat dus ‘brood, gedroogde dadels en rozijnen’.  Paulus zegt: de gaven die Jezus bij zijn triomftocht naar de hemel uitdeelt zijn: ‘apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars’ (Efeziërs 4,11). En hun taak is: de heiligen toerusten voor het werk in dienst van Hem. Dankzij die gaven kan de kerk dóór zonder Hem! Of, beter gezegd: in die gaven is Hij er nog steeds bij in de kerk. En die gaven functioneren allemaal dankzij Gave nr. 1: de Heilige Geest. 

Jezus ging naar de hemel, maar Hij deelt gaven uit op aarde. En zo kunnen we toch dóór!