Registreer  

‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’

Mattheus 13 is een hoofdstuk vol gelijkenissen. Mattheus heeft, net als de andere evangelisten, zijn boek heel zorgvuldig en doelbewust samengesteld. We kunnen er dus van uitgaan dat het niet toevallig is dat deze gelijkenissen volgen op een serie verhalen waarin Jezus en zijn leerlingen nogal wat tegengas krijgen van verschillende kanten. Het wordt steeds duidelijker dat het volgen van Jezus niet vanzelf gaat. Deze gelijkenis kan daar zomaar een antwoord op zijn.

Ik haal er twee dingen uit. Als eerste het zaaien. Of je nou de zaaier bent of het zaadje, zaaien gaat om verliezen. Je gooit iets weg, raakt iets kwijt, verliest iets in die akker, als je zaait. Dat zaadje wat je eerst nog in je hand had, moet je loslaten. En als je zelf het zaad bent is dat verlies nog veel duidelijker. Lees Johannes 12:20-26 maar eens, of 1 Kor 15. Kennelijk hoort dat verlies, iets kwijtraken, iemand kwijtraken, misschien zelfs jezelf kwijtraken, gewoon bij het volgen van Jezus. Geen reden tot schrik of angst of schaamte dus, maar eerder een reden tot vreugde (1 Petr 4:12-16).

Als tweede die struik. Zo’n onooglijk zaadje levert een volle struik op. Voor de eerste luisteraars naar deze gelijkenis waarschijnlijk een lesje omdenken: het koninkrijk van God zou groots en meeslepend zijn, was de algemene verwachting in hun tijd. En toen kwam Jezus, niet groots en meeslepend, maar wel met het Koninkrijk van God. En voor ons? Misschien wel dezelfde les als voor de eerste luisteraars: kijk anders. Dat koninkrijk van God zit ‘m misschien wel in heel andere dingen als jij altijd had gedacht. Maar het komt wel. Echt. Het groeit al. Daarom: doe kleine dingen, en droom van grote dingen. En hou de hoop levend.

Het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond. (Joh. 1,14)

Vorige week is Eugene Peterson overleden. Een amerikaanse presbyteriaanse predikant, die vooral bekend is geworden doordat hij in z’n eentje de Bijbel heeft vertaald in de eigentijdse (engelse) vertaling The Message.

Het vers dat boven dit stukje staat gaat er zo: The Word became flesh and moved into the neighbourhood. In het nederlands is dat ongeveer dit: Het Woord werd vlees en kwam in de buurt wonen.

Dat komt heel dichtbij: als het Woord vandaag vlees was geworden, dan had Hij maar zó bij jou in de buurt kunnen komen wonen. Stel je voor: in een huis verderop in dezelfde straat… Je zou misschien wel eens bij Hem op de koffie gaan. Hij zou misschien hetzelfde eten lekker vinden als jij. Hij zou misschien wel dezelfde baan hebben als jij. Enz enz.

Maar het komt nog dichterbij: wat Hij toen deed, dat mogen zijn volgelingen, dat mogen wij vandaag doen: in ons mag het Woord vandaag vlees worden en in de buurt komen wonen. Zoals Hij toen het Goede Nieuws was in zijn buurt, zo mogen wij vandaag het Goede Nieuws zijn in onze buurt.

Evangeliseren begint dus niet met het Goede Nieuws, het evangelie vertellen - dat kan heel ingewikkeld lijken - maar met het evangelie zijn. En dat hoort sowieso al bij christen-zijn: dat je het goede nieuws laat zien, dat je het leeft, dat het geen woorden maar daden zijn.

Het enige wat daarvoor nodig is, is dat je zichtbaar bent in je buurt. Dat de mensen je kennen. Investeer dus in relaties in je buurt - en op je werk - en dan krijgen mensen vanzelf - nou ja: door het werk van de Heilige Geest in jou - iets van het Goede Nieuws te zien. En als ze dan meer willen weten, dan vragen ze er wel naar.

Sape Braaksma